• Overlijden melden - 0800 955 66 55 -gratis- 24 uur per dag

En-bloc is ‘blessing in disguise’

Ooit is het verzekeringsvak ontstaan om gezamenlijk de lasten en risico’s te dragen die voor individuele consumenten te zwaar zijn. Elkaars lasten dragen, dat was het uitgangspunt om deelnemers, leden of klanten over een langere periode de mogelijkheid te bieden bescherming en solidariteit te vinden in het collectief. Wie dit voor ogen houdt krijgt een genuanceerder kijk op de veelal negatief gekleurde beoordeling over de en bloc-regeling. Deze regeling maakt het mogelijk om eenzijdig de polisvoorwaarden of premies te veranderen voor groepen bestaande verzekerden.

Klopt dat wel?

Eenzijdige aanpassing van de polisvoorwaarden lijkt tegenstrijdig met het aloude principe ‘afspraak is afspraak’. Daarnaast lijkt de ‘en bloc’ een conceptueel onjuist, omdat het overgedragen risico van het individu naar het collectief deels weer van het collectief naar het individu terug overgedragen wordt. Daardoor lijkt de consument niet meer, maar juist minder zekerheid te krijgen bij een verzekering waar de ‘en bloc’ deel uitmaakt van de polisvoorwaarden. In de praktijk wordt dat ook vaak zo ervaren. Bijvoorbeeld wanneer ‘en bloc’ wordt ingezet om de schadelast preventief te verminderen, of om inkomsten voor de verzekeraar te verhogen. Bij verslechtering van hun positie hebben polishouders het recht om binnen 30 dagen de verzekering op te zeggen, maar in de praktijk wordt toepassing van de eenzijdige aanpassing door de verzekeraar meestal gelaten geaccepteerd. De vertrouwensbreuk die daar het gevolg van is, is echter niet ontstaan door het wezen van de ‘en bloc’ regeling, maar doordat het instrument niet altijd correct en in het belang van de polishouders wordt toegepast. Of dat correctiemechanismen in de besluitvorming ontbraken. Dat is het instrument als zodanig niet aan te rekenen. Het gebrek aan correctiemechanismen creëert de gelegenheid.

Schijnoplossing

Om misbruik te voorkomen zouden polishouders beschermd kunnen worden door middel van éénjaarscontracten, waarbij de verzekeraar jaarlijks zijn premies en voorwaarden tegen dan geldende omstandigheden kan aanbieden. De polishouder kan niet meer worden verrast door de verzekeraar en de verzekeraar kan mogelijke (gezondheids)risico’s jaarlijks beoordelen en – onder voorwaarden – aanpassingen doorvoeren. Belangrijkste bezwaar hiertegen is dat een dergelijk transactiegericht correctiemechanisme, gericht op het vermijden van ‘en bloc’, vooral korte termijn effecten kent, een grote verzwaring van de administratieve last impliceert en het belangrijkste: het ontneemt de polishouder het wezen van het verzekeren: over een langere periode bescherming en solidariteit vinden in het collectief. Eénjaarscontracten zijn feitelijk schijnoplossingen, want ze tasten de positie van de polishouder veel fundamenteler aan dan de ‘en bloc’.

Veiligheidsklep

Interessant genoeg kan juist een regeling als de ‘en bloc’ de vertrouwensbreuk tussen de financiële sector en de consument mede herstellen. Hiervoor is het nodig om de en bloc te zien in het licht waarvoor de regeling oorspronkelijk is bedoeld. Dankzij de ‘en bloc’ kan worden voorkomen dat waardevastheid van de verzekering of het voortbestaan van de verzekeraar in gevaar is, indien de omstandigheden ingrijpend veranderen. Zeker wanneer de verzekeraar de risico’s voor tientallen jaren draagt en dus nooit exact kan voorzien hoe de risico’s zich door de jaren heen ontwikkelen. Wanneer gedane beloftes door sterk gewijzigde omstandigheden geen stand meer kunnen houden heeft de verzekeraar een actuariële noodrem en kan maatregelen treffen. Met de ‘en bloc’ clausule als veiligheidsklep krijgt de klant dus niet minder, maar juist méér zekerheid. Meer zekerheid dat de verzekeraar op termijn aan zijn verplichtingen kan blijven voldoen. Dat met toepassing van de en bloc in wezen het overgedragen risico (van individu naar het collectief), deels weer teruggegeven wordt (van collectief naar individu), is conceptueel waar, maar materieel van weinig waarde als door het ontbreken van die mogelijkheid de waardevastheid van de verzekering of het voortbestaan van de verzekeraar in het geding is. Dan staat iedereen met lege handen. Met andere woorden: juist een verantwoord handelende verzekeraar zou om die reden een en bloc clausule moeten opnemen in zijn voorwaarden. En een polishouder zou om die reden een ‘en bloc’ bepaling als een verbetering van zijn positie en dus van zijn verzekering moeten zien.

Vernieuwing en verbetering

Dat de ‘en bloc’ een slecht imago heeft, komt niet doordat het instrument niet klopt, maar doordat de toepassing van die bepaling vaak niet deugt. Gelukkig zijn er ook goede toepassingen van ‘en bloc’ zonder de noodzaak van een actuariële noodrem. De ‘en bloc’ wordt in de praktijk immers ook gebruikt voor premieverlaging, verruiming van het pakket tegen gelijkblijvende premies of voor modernisering als gevolg van gewijzigde maatschappelijke omstandigheden. Bij coöperatie DELA wordt al tachtig jaar lang gewerkt met een voor iedereen gelijk gestemd uitvaartpakket. Dankzij de ‘en bloc’ heeft DELA door de tijd heen altijd haar bakens collectief verzet en de verzekering voor alle polishouders aangepast aan de tijd. Zo was er eerst geen ruimte voor crematies, terwijl vandaag de dag juist de meerderheid kiest voor crematies. Paard en wagen maakten plaats voor volgauto’s, die weer plaats maakten voor een vrij besteedbaar bedrag. Verzekerden die decennia jaar geleden zijn ingeschreven hebben vandaag de dag dankzij de en bloc collectief dezelfde voorwaarden, tegen dezelfde grondslagen als de verzekerden die gisteren zijn ingeschreven. Ook in het licht van beheersbare processen en het terugdringen van administratieve lasten, is de en bloc een zegen. Bij DELA geen gesplitste administraties of plukjes polishouders met allemaal verschillende voorwaarden of regelingen, waarmee het wezen van solidariteit wordt ondermijnd.

Belang van polishouder voorop

Ook bij goede bedoelingen moet de en bloc prudent en niet lichtvaardig worden ingezet. Elke verzekeraar moet zich rekenschap geven van het feit dat het belang van de polishouder voorop staat. Dit is altijd al vanzelfsprekend geweest bij een coöperatieve organisatie zonder winstoogmerk als DELA. Daar is het de ledenraad als hoogste beslisorgaan die namens alle polishouders beslist over collectieve aanpassing van de voorwaarden van hun polissen. In dergelijke organisaties zijn er geen andere belangen dan het collectieve belang van alle deelnemers en werkt de en bloc tot op de dag van vandaag uitstekend. 

Commerciële dienstverleners en verzekeraars met aandeelhouders ontberen vaak een structuur waarin de polishouders zelf kunnen beslissen over collectieve aanpassing van hun polisvoorwaarden. Bovendien zijn er naast de collectieve belangen van klanten ook belangen van eigenaren en aandeelhouders. In die omgevingen kan de clausule óók worden ingezet ten dienste van andere doelen en ligt misbruik op de loer. Met het oog op de positie van de polishouder is toepassing van en bloc daarom deels wettelijk en deels via jurisprudentie gekaderd. Echter, misbruik van het instrument is het instrument niet aan te rekenen.

Besluitvorming en governance

De oplossing moet worden gevonden in de kern van het verzekeren. Over een langere periode bescherming en solidariteit vinden in het collectief impliceert dat alleen de polishouder zélf via een besluitvormende ledenraad of andere rechtstreekse vertegenwoordiging als hoogste orgaan - binnen wettelijke kaders en eventueel op aanwijzing van toezichthouders – zou moeten kunnen beslissen over toepassing van collectieve regelingen die rechtstreeks betrekking hebben op de eigen polisvoorwaarden. Toepassing van de en bloc valt onder dit regime. Met andere woorden: de oplossing zit in besluitvorming en de governance dat met die besluitvorming samenhangt. Dat kan ook wettelijk worden verankerd.

Is die wettelijke verankering een brug te ver, dan zou niet de ‘en bloc’ als zodanig moeten worden gediskwalificeerd, maar het feit dat een verzekeraar haar polishouders onvoldoende kan beschermen tegen misbruik zou moeten leiden tot een diskwalificatie in de beoordeling. Dit kan duidelijk worden gemaakt door middel van waarschuwingssignalen en symbolen die toezichthouders ook in andere situaties hanteren. Wanneer een verzekeraar haar besluitvorming en governance heeft aangepast en weer op orde heeft, vervalt de waarschuwing. 

Kortom

Het is primair in het belang van polishouders dat hun verzekering collectief kan worden aangepast. Het wezen van solidariteit en bescherming op lange termijn kan er door worden geborgd en er is meer ruimte voor vernieuwing. De geschiedenis leert dat financieel dienstverleners uitstekend kunnen functioneren én renderen in hun traditionele rol. Als ze het oog voor de collectieve belangen en de lange termijn maar niet uit het oog verliezen. En bereid zijn dit via besluitvorming en governance te verankeren. Dat is dan ook de uitdaging voor de hedendaagse verzekeraar.

Martin Kersbergen
Coöperatie DELA

Chat met onze medewerkers