• Overlijden melden 0800 955 66 55 -gratis- 24 uur per dag

Barend Biesheuvel

Robin Bleichrodt over de nalatenschap van zijn opa politicus Barend Biesheuvel

Chat met onze medewerkers

‘Hij wilde overal het beste uithalen, dat heb ik van hem overgenomen’

Robins moeder bouwt waterputten in Zambia, zijn zus is verpleegkundige, zijn broer houdt zich bezig met natuureducatie en zelf werkt hij als lobbyist in Den Haag. Die maatschappelijke interesse is een duidelijke erfenis van (groot)vader Barend Biesheuvel, voormalig minister-president en minister van Landbouw.

Barend Biesheuvel, ook wel bekend als ‘Mooie Barend’, was minister-president van 1971 tot 1973. Hij leidde de kabinetten Biesheuvel I en II. Voor kleinzoon Robin Bleichrodt (29) was hij echter vooral ‘opa’. ‘Hij had een grote tuin en zijn huis lag in een bos waar we geweldig konden spelen. Er stonden blikjes drinken voor ons in de koelkast. En als hij op reis was geweest, had hij altijd iets bij zich voor ons. Dan zaten er bijvoorbeeld elf dierenknuffels in zijn koffer; voor ieder kleinkind één.’

Rare juf

Pas toen opa een keer langskwam op de basisschool, merkte Robin dat er ‘iets’ met hem was. ‘We zamelden oude telefoonboeken in voor het goede doel en daar had mijn opa er nog heel veel van. Dus kwam hij met de auto langs om ze af te leveren. Toen dacht ik: wat doet de juf toch raar! Dat was eigenlijk de eerste keer dat ik merkte dat ik een bijzondere opa had. Dat lag uiteraard ook aan mijn leeftijd; in die tijd was hij al twintig jaar uit de politiek.’

Benieuwd naar de politicus

Barend Biesheuvel overleed toen Robin vijftien jaar was. ‘Hij had kanker en was aan het einde van zijn leven heel ziek, dat kan ik mij nog goed herinneren. Maar hij wist dat op de een of andere manier toch ook weer te verbergen voor ons. Hij klaagde nooit en had altijd aandacht voor ons. Zelfs toen hij zo ziek was dat hij amper wat kon, wilde hij graag zijn familie om zich heen. Niet alleen zijn kinderen, maar ook zijn kleinkinderen (zijn elftal zoals hij ons noemde) waren dan meer dan welkom.’ Rond die leeftijd wist Robin dat hij politicologie wilde gaan studeren. ‘Die interesse zat er al vroeg in. Op de middelbare school al keek ik als enige naar debatten, heerlijk vond ik dat. Dat constante spel, de inhoudelijke discussies. Helaas heb ik het met mijn opa niet veel gehad over de politiek – eerst was ik te jong, later was hij te ziek. Omdat ik later wel benieuwd was naar hem als politicus heb ik voor mijn afstuderen gezocht naar een onderwerp dat met mijn grootvader te maken had.’

Van boerenzoon tot minister-president

Robins scriptie gaat over een conflict tussen een aantal generaals in de jaren zeventig, waarbij Barend Biesheuvel als minister-president een bemiddelende rol speelde. ‘Ik heb hiervoor onder andere onderzoek gedaan in zijn archieven. Heel bijzonder om zo een inkijkje te krijgen in het politieke, professionele leven van mijn opa. Ik heb hem echt als analyticus bekeken – dat moest ook wel om mijn scriptie te kunnen schrijven – en dat leverde een heel nieuw beeld van hem op. Zo kon ik ook kritisch zijn: in het incident tussen de generaals heeft hij niet altijd even slim gehandeld. Zo denk ik ook dat hij geen geweldige minister-president was. Hij was veel meer in zijn element als minister van Landbouw. In die rol kon hij de diepte in en kwamen zijn inhoudelijke kennis en grondige manier van werken helemaal tot hun recht.’

Die grondige manier van werken uitte zich bijvoorbeeld in een gedegen voorbereiding voor belangrijke vergaderingen. ‘Hij las letterlijk alle stukken. Ook zorgde hij ervoor dat hij extra goed uitgerust was voor een lange bijeenkomst. Hij wilde overal het beste uithalen. Die instelling heb ik van hem overgenomen. Mijn opa is als boerenzoon opgeklommen tot minister-president – voor mij is dat hét bewijs dat je ver kunt komen als je veel investeert.’

Eenentwintigen

Robins grootvader was niet belerend. Dus wat Robin van hem leerde, was vooral impliciet, door de manier waarop hij zelf in het leven stond. ‘Zijn maatschappelijke betrokkenheid bijvoorbeeld, dat heeft hij echt doorgegeven aan zijn kinderen en kleinkinderen. Hij was zeker wel gelovig, maar ik merkte daar weinig van. Ik denk dat hij een stuk liberaler en opener was dan de buitenwereld hem zag. Hij reisde veel en pleitte voor meer geld voor ontwikkelingshulp. Het kan geen toeval zijn dat mijn moeder – en vader – nu waterputten bouwen in Zambia! Ook in de beroepen van mijn broer, zus, neven en nichten zie je die betrokkenheid terug. Ze werken in het onderwijs, de zorg, bij non-profitorganisaties…’ Een paar dingen leerde Biesheuvel zijn kleinkinderen wél bewust: ‘Mijn broer en neefjes leerden schaken van hem en mij leerde hij eenentwintigen.’

In zijn voetsporen

De tactiek en strategie die nodig zijn voor de lievelingsspelletjes van Biesheuvel komen van pas in de politiek. ‘Ook daarin zie ik een overeenkomst met mijn opa. In mijn werk als lobbyist ben ik dagelijks bezig met het uitstippelen van een strategie en het nemen van tactische beslissingen. Achter elke mening zit een belang en ik vind het fantastisch om te bedenken wat dat belang is, wat dat betekent voor de volgende stap van de tegenpartij en wat ik kan zeggen of doen om hen te overtuigen van ons belang. In de toekomst wil ik zelf politiek actief worden, maar ik vind dat ik eerst wat meer levens- en werkervaring op moet doen. Maar wie weet, misschien treed ik ooit in de voetsporen van opa.’

 ‘Ik dacht: wat doet de juf toch raar! Dat was de eerste keer dat ik merkte dat ik een bijzondere opa had.’ 

 ‘In het incident tussen de generaals heeft hij niet altijd even slim gehandeld. Zo denk ik ook dat hij geen geweldige minister-president was.’