• Overlijden melden 0800 955 66 55 -gratis- 24 uur per dag

Anton Geesink

Anton Geesink was als pionier in de judosport geliefd van Japan tot de VS, en wist ook als bestuurder zijn stempel op de sport te drukken. De boomlange Utrechtenaar overleed in 2010 onverwacht op 76-jarige leeftijd. Anton Geesink jr.: ‘Ik draag zijn naam met trots’.

Chat met onze medewerkers

‘Hij was over de hele wereld geliefd’

'Al tijdens zijn jeugd leerde vader zich staande te houden. Hij groeide op in Wijk C., een unieke maar échte Utrechtse volksbuurt. Het was een afspiegeling van alle lagen van de bevolking, waar zowel arbeidersgezinnen als studenten woonden. Om je er staande te houden, moest je wel van je af kunnen bijten. Die weerbaarheid hebben wij van hem meegekregen.’

Wereldkampioen
‘Pas op 14-jarige leeftijd begon vader met judo. Hij beoefende vele sporten, waaronder voetbal. Tot hij tijdens de rust van een voetbalwedstrijd in Stadion Galgenwaard een judodemonstratie zag. Dat wilde hij ook! Hoewel judo in de jaren ’40 nog niet zo groot was in Nederland, telde Utrecht al twee judoscholen. Een daarvan was de school van Jan van der Horst. Onder hem ontwikkelde mijn vader zich in de vijftiger jaren tot Nederlands kampioen. In 1961 won hij als eerste niet-Japanner de wereldtitel in de zwaarste klasse, die hij ook in 1965 won. Plotseling was hij wereldberoemd. Op de Olympische Spelen van Tokio in 1964 versloeg hij voor de ogen van de Japanners hun favoriet Akio Kaminaga in de finale.’

Alaska
‘Ik werd pas in 1959 geboren en maakte zijn grote successen dus niet bewust mee. Natuurlijk kreeg ik ze wel mee. Mijn twee zussen, Wil en Lenie, en ik wisten vroeger niet anders dan dat hij bekend was. Wanneer hij de wereld rondvloog om clinics te geven, gingen er deuren voor hem open die voor anderen gesloten zouden blijven. Soms gingen wij met het hele gezin mee, dat waren mooie vakanties. Zo werd vader ooit uitgenodigd op een olieboorplatform in Noord-Alaska en wij mochten mee. Hoeveel andere Nederlandse jongens konden zeggen dat ze zoiets hadden meegemaakt?’

Normaal gezin
‘Toch vormden we een “normaal” gezin. Hoe bekend vader ook was, al die roem is hem nooit naar het hoofd gestegen. Moeder was de baas in huis en hield zich bezig met de opvoeding. Vader werkte hard en stopte vele uren in zijn werk aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en in zijn eigen sportschool aan de Anton Geesinkstraat. Boven die sportschool woonden wij, daar judode ik ook. Hij liet me trainen, maar hield me in de gaten. Later gaf hij me dan tips. Hij dacht écht na over wat voor mij het best was. Zo stelde hij zelfs voor een training te volgen bij andere judoscholen, omdat “niemand alle kennis bezit”. Ik was een goede judoka, maar had niet de ambitie van mijn vader. Ik vond andere sporten ook leuk. Toen ik besloot te stoppen vond hij dat jammer, maar hij bleef me steunen.’

Doorzetter
‘Van vader kregen we mee dat we eerlijk en respectvol moesten zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we daardoor allemaal goed terecht zijn gekomen. Wil werkt al 40 jaar bij de KLM, Lenie verzorgt al 35 jaar bejaarden met dementie en ik handel in windsurfartikelen. Ik ben niet zo groot als mijn vader, maar lijk veel op hem. We zijn beiden ram en ik ben net zo direct als dat hij was. Die eigenschap maakte het hem overigens niet altijd even makkelijk. Als lid van het Nederlands Olympisch Comité en Internationaal Olympisch Comité botste hij daardoor weleens met medebestuurders. Hij was een doorzetter en heeft essentiële wijzigingen in het judo weten te bewerkstelligen. Zo was het zijn idee om tijdens wedstrijden een van de judoka’s een blauw tenue te laten dragen. Zo waren zij beter te onderscheiden.’

Laatste eer
‘Tot het einde van zijn leven bleef hij de belangen van sporters behartigen, tot hij twee jaar geleden instortte en overleed. Zijn overlijden kwam totaal onverwacht. Hij was al 76 jaar, maar nog vitaal. De wereld huilde met ons mee. We kregen ontzettend veel steun na zijn overlijden. De crematie wilden we eigenlijk in besloten kring houden, maar toen kwamen er van over de hele wereld duizenden mensen langs om hem de laatste eer te bewijzen. Zelfs prins Willem- Alexander was er. Al die steun deed ons goed. Hij is al twee jaar niet meer bij ons, maar iedereen kent nog steeds zijn naam. In zijn sportschool wordt nog steeds judo les gegeven. Aan de muur hangen foto’s van zijn grote successen. En hij leeft verder in mij, mijn zussen en onze kinderen en kleinkinderen. We zijn een hechte familie en dat komt mede door hem. Ik draag zijn naam met trots!’

 We zijn een hechte familie en dat komt mede door hem