• Klantenservice 040 260 16 36 Ma t/m vrij van 8.00 tot 20.00 uur.
  • naar dela.nl

Zakgeld is leergeld

Kinderen die al op jonge leeftijd leren hoe ze met geld om moeten gaan, komen later minder vaak in de financiële problemen. Maar hoe leren we onze kinderen eigenlijk met geld omgaan? En, wanneer beginnen we daarmee? Marion Weijers van het Nibud legt uit dat ‘jong geleerd is oud gedaan’ als het omgaan met geld betreft.

‘Het is belangrijk om op tijd te beginnen met zakgeld’, zegt Marion Weijers, adviseur budgetvoorlichting van het Nibud. ‘Groep 3 is daar een goed moment voor, want kinderen leren dan tellen en rekenen. Begin met vijftig cent en laat je kind er ook meteen zelf dingen van betalen. Is het geld op en vraagt je zoon of dochter om meer, leg dan uit dat dat niet kan; dat op ook echt op is.’ Wat volgens Marion ook belangrijk is, is dat we het zakgeld zo structureel mogelijk geven: altijd op een vast moment en altijd hetzelfde bedrag. Bootsen we de realiteit op deze manier na - later wordt het salaris ook op een vast moment uitbetaald en kunnen we niet bij onze ouders aankloppen als het op is - leggen we op jonge leeftijd de basis voor goed financieel gedrag. ‘Zakgeld is leergeld; het leert ons met geld om te gaan. Maar let op: zeg niet tegen je kind ‘als je dit of dit doet, krijg je geen zakgeld’. Het is géén belonings- of strafmiddel.’

 Zeg nóóit tegen je kind: ‘als je dit of dit doet, krijg je geen zakgeld.’. 

50 cent is meer dan 5 euro

Leren omgaan met geld hangt sterk samen met leeftijdgebonden competenties: competenties die kinderen moeten hebben om uiteindelijk de waarde van dingen te kunnen begrijpen. ‘Jonge kinderen hebben weinig besef van de waarde van geld’, zegt Marion Weijers, Adviseur Budgetvoorlichting bij het Nibud. ‘Ze denken bijvoorbeeld dat geld ‘uit de muur’ komt en dat er oneindig veel van is. Ook denken ze vaak dat een aantal muntjes méér is dan een briefje van vijf, want op die leeftijd is de hoeveelheid interessanter dan de waarde.’ Marion vult aan: ‘Tussen negen en elf jaar leren ze dan dat ze geld maar één keer kunnen uitgeven. Dat het, zodra het uit het portemonnee is, ook echt weg is. Naarmate kinderen ouder worden, worden die competenties steeds meer uitgebreid. Ze leren online bankieren, betalingsachterstanden voorkomen en geld aan de kant leggen voor onverwachte uitgaven. De optelsom van al die competenties zou moeten zijn dat ze vanaf hun achttiende financieel op eigen benen kunnen staan. Ouders spelen hier een belangrijke rol in.’

Je geeft je kinderen graag een goede basis mee in het leven. Je wilt dat ze het goed hebben, alle kansen krijgen die ze verdienen. Of het nu gaat om een opleiding, rijbewijs of een eerste huis. Met de spaarverzekering van DELA zet je geld opzij tegen een vaste rente van 2% waarmee je de toekomstplannen van je kinderen uit kan laten komen. Want wat je nu meegeeft, is wat je straks achterlaat. Het DELA CoöperatiespaarPlan valt niet onder het depositogarantiestelsel.

 

 

Samen doelen stellen

Kinderen leven in het nu en zijn over het algemeen minder op de toekomst gericht dan volwassenen. Leren om geld niet (meteen) uit te geven is dus minstens even belangrijk als leren om geld verstandig uit te geven. Marion: ‘Financieel opvoeden betekent ook dat we onze kinderen moeten leren dat ze hun behoeftes niet altijd meteen hoeven te bevredigen. Je kunt hier al vroeg mee beginnen door bijvoorbeeld met ze af te spreken dat een vast deel van het zakgeld opzij gezet wordt en de rest vrij besteed mag worden.’ Marion vult aan: ‘Wat daarbij helpt, is als kinderen een wens hebben die meer kost dan het wekelijkse zakgeld. Ze hebben dan namelijk een daadwerkelijke reden om geld opzij te zetten. Om ze daarbij te ondersteunen, kun je samen met ze een doel stellen. Wat kost hetgeen ze willen hebben? Hoeveel geld hebben ze al en hoeveel hebben ze nog nodig? En, hoe lang duurt het dus nog voordat ze het kunnen kopen?’

 Geef zelf het goede financiële voorbeeld. 

Jong geleerd, is oud gedaan

‘In de achttien jaar waarin we onze kinderen onder onze hoede hebben, moeten we ze zo goed mogelijk voorbereiden op een zelfstandig financieel leven’, aldus Marion. ‘Ze moeten het van ons leren omdat er later niemand meer is die het voor ze doet. Of, die de klap opvangt als het misloopt. Probeer daarin ook zelf het goede voorbeeld te geven. Sta je regelmatig rood of ben je altijd je portemonnee kwijt, krijgt je kind dat echt wel mee. Wat we van onze ouders leren en meekrijgen vullen we uiteindelijk aan met onze eigen overtuigingen en opvattingen. Dat geldt voor de hele opvoeding en dat geldt voor geld.’

Uitgevlogen

Vanaf hun achttiende zijn kinderen wettelijk gezien meerderjarig. Dat betekent dat ze vanaf dat moment aansprakelijk zijn voor hun eigen schulden. Maar als ouder ben je tot de 21ste verjaardag onderhoudsplichtig. Ze vliegen uit maar voor hun onderhoud ben je nog steeds verantwoordelijk. ‘De overgang van thuis wonen naar op zichzelf wonen is voor jongeren vaak groot,’ besluit Marion. ‘Hoe moeilijk jongeren dat vinden heeft alles te maken met hoezeer je ze al hebt voorbereid op wat het leven kost. Besteed daarom net voordat ze uit huis gaan al aandacht aan wat alles kost; van telefoonabonnement tot de contributie van een sportclub. En laat het kind kennis maken met andere uitgaven zoals gemeentebelastingen. Zo verrassen de verschillende kosten die op hen afkomen hen minder.’

13 tips om je kinderen financieel op eigen benen te laten staan

Hoe eerder we onze kinderen kennis laten maken met geld, hoe eerder ze op eigen benen kunnen staan. Om je te helpen je kinderen spelenderwijs de waarde van geld bij te brengen, stelden wij samen met de experts van het Nibud 13 tips op. Hiermee help je je kinderen op weg naar een financieel zelfstandige toekomst.

Gaat het omgaan met geld je kind goed af? Of kan het wel wat hulp gebruiken? Download onze labels met leuke spreuken om aan je kind je te geven.