Geld opzijzetten zonder elkaar in de vingers te snijden

Het krijgen van een kleinkind is een bijzonder moment in het leven. Veel grootouders willen graag geld opzijzetten om dit wondertje alle kansen van de wereld te geven, maar weten niet goed waar ze rekening mee moeten houden.

Want, welke belastingen en toeslagen spelen eigenlijk een rol? En, is het nu verstandiger om het geld op eigen naam of op naam van het kleinkind te zetten? Deze onderwerpen helpen je bij het maken van de keuze die het best past bij jouw (financiële) situatie.

Een extraatje voor de kleinkinderen...

Cees en Tineke van den Broek bedoelden het zo goed. Ze zetten geld opzij voor hun kleinzoons, maar werden onaangenaam verrast: door hun lieve gebaar, verloor hun dochter haar recht op huurtoeslag. Lees hier het hele interview met Cees en Tineke en hun tips om deze situatie te voorkomen.

Op naam van het kleinkind

Zet je geld opzij op naam van je minderjarige kleinkind, dan wordt het geld beheerd door zijn ouders totdat hij 18 jaar wordt. Jij hebt geen inspraak in hoe en wanneer het geld wordt besteed.

Op eigen naam

Zet je geld opzij op je eigen naam, dan beheer jij het geld totdat je besluit het aan je kleinkind te schenken. Mocht je onverwacht tegen financiële problemen aanlopen, kun je het geld alsnog zelf gebruiken.

Jaarlijks schenken

Zet je geld opzij op naam van je minderjarige kleinkind en blijf je onder het jaarlijkse bedrag (2017) van € 2.129 per kleinkind, dan hoeft je kleinkind geen schenkbelasting te betalen. Zet je meer opzij, dan wel:

  • Schenken tussen € 2.129 en € 122.269: 18% schenkbelasting.
  • Schenken vanaf € 122.269: 36% schenkbelasting.

Eenmalig schenken

Zet je op je eigen naam geld opzij voor je kleinkind en geef je dat bijvoorbeeld op zijn 18e verjaardag cadeau, dan schenk je in één keer een groter bedrag. De kans dat er 18 of zelfs 36 procent schenkbelasting betaald moet worden door je kleinkind, is dan groter.

Toeslagen van de ouders

Zet je geld opzij op naam van je minderjarige kleinkind, dan wordt dat bedrag opgeteld bij het vermogen van de ouders. Naast vermogensrendementsheffing (in 2016) van 1,2 procent die betaald moet worden bij een vermogen groter dan €24.437 of €48.874 (alleenstaand/met fiscale partner), bestaat de kans dat de ouders worden gekort op hun toeslagen:

  • Recht op huurtoeslag vervalt¹: vermogen vanaf € 22.200 of € 30.150*;
  • Recht op zorgtoeslag vervalt: vermogen vanaf € 107.752 of € 132.752*;
  • Recht op kind gebonden budget vervalt: vanaf € 107.752 of € 132.752*.
* Alleenstaand versus met fiscale partner

Toeslagen van de grootouders

Zet je op je eigen naam geld opzij voor je kleinkind, dan maakt het onderdeel uit van je eigen vermogen: jij bent degene die ‘opdraait’ voor de eventuele vermogensrendementsheffing en de afschaffing van toeslagen.

In gevaar

Zet je geld opzij op naam van je minderjarige kleinkind en valt het vermogen van zijn ouder(s) daardoor te hoog uit, dan wordt de uitkering stopgezet. Pas als de ouders het geld dat jij voor je kleinkind aan de kant hebt gezet hebben opgemaakt, komen ze weer in aanmerking voor de uitkering.

  • Bijstandsuitkering wordt stopgezet: vermogen hoger dan € 11.880*.
* Alleenstaande ouder of gezamenlijke huishouding

Niet in gevaar

Zet je op je eigen naam geld opzij voor je kleinkind, dan maakt het onderdeel uit van jouw vermogen: de bijstandsuitkering van de ouder(s) komt nu niet in gevaar.

Niet vastzetten

Kies je voor een spaarrekening, dan kun je op ieder gewenst moment kosteloos geld storten en opnemen. Een minimuminleg is meestal niet vereist, maar door de variabele rente is niet bekend wat het uiteindelijke eindbedrag over 10, 15 of 20 jaar zal zijn.

Wel vastzetten

Sluit je bijvoorbeeld een spaarverzekering af, dan zet je je geld voor een bepaalde termijn vast. Door het (vaak) vaste rentepercentage, weet je hoeveel geld er na een aantal jaar minimaal vrijkomt. Spaarverzekeringen hebben vaak een hogere rente dan spaarrekeningen, maar er gelden ook aanvullende voorwaarden. Zo heeft de spaarverzekering van DELA een minimale looptijd, een maximale inleg en valt de verzekering niet onder het depositogarantiestelsel.
¹ Met een ‘BEM-clausule’ wordt het geld niet opgeteld bij het vermogen. In de praktijk kan de BEM-clausule alleen in erg uitzonderlijke gevallen worden verstrekt door een kantonrechter, bijvoorbeeld als het kind een schadevergoeding of erfenis ontvangt.

Meer advies?

Wil je je graag verder verdiepen in dit onderwerp? Dat kan. Het Nibud heeft namelijk een handig boek genaamd 'Gids voor financieel opvoeden'. Via de consumentenwinkel is het boek te vinden en aan te schaffen.