Ziek worden
‘Mijn vader zat huilend op de bank. ‘Je tante heeft kanker.’ Zijn enige zus, zijn enige familie, zou doodgaan. Ik was nog optimistisch. Borstkanker is te genezen. Mijn tante was als een tweede moeder voor mij, die zou toch zeker niet overlijden?’
| ‘Ze werd snel geopereerd, kreeg daarna chemo. Alles leek goed te gaan. Ook de controles waren goed. Zie je wel. Maar een paar jaar later was het mis. Ze kreeg pijn in haar nek. Een hersentumor. Toen ging het snel. Uiteindelijk zat de kanker overal. In haar hoofd, in haar botten, in haar darmen.’ |
| |
| ‘In augustus was ze jarig. Jacco en ik zijn met mijn tante en oom naar de dierentuin geweest om het te vieren. Het was een hele leuke dag. Ik ben zo blij dat we dat gedaan hebben. Een paar dagen later gingen we op vakantie en toen we terugkwamen, hoorden we dat ze was opgenomen.’ |
|
‘Ik denk elke dag
aan je’
|
| |
| ‘Bijna elke dag ging ik naar haar toe. Ik hoor haar nog tegen me zeggen: ’t Is wat, hè, kom je terug van vakantie, gaat je tante dood. Het ging ineens zó slecht met haar. Ruim een week nadat ze werd opgenomen ging ’s avonds om tien uur de telefoon. Op het moment dat-ie voor het eerst over ging, wist ik het al: dit is hét telefoontje.’ |